Pagina opties

Groter
A A

Geluidsoverlast laagvlieggebied

Tussen 1 september en 1 april kan het voorkomen dat de Luchtmacht boven de gemeente Strijen laagvliegtrainingen uitvoert met (Apache-) gevechtshelikopters. Trainingsvluchten bij duisternis mogen vier keer per week worden gehouden tot uiterlijk 23.00 uur (niet in het weekend).

Op deze pagina van het ministerie staan de actuele vliegbewegingen die afwijken van reguliere vluchten. Deze militaire vliegbewegingen zijn ook te vinden op teletekst pagina 766.

In de jaren vijftig is onder meer de Hoeksche Waard aangewezen als laagvlieggebied voor militaire helikopters. Helikopters mogen daar gewoonlijk tot 23.00 uur bij duisternis vliegen op een minimumhoogte van 30 meter of lager als de aard van de oefening dat noodzakelijk maakt. Dit houdt in dat laagvliegen met helikopters soms met een minimale hoogte kan worden uitgevoerd. Landingen zijn echter niet toegestaan. De helikopters mogen overigens boven aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke niet beneden de 210 meter komen.
Met klachten over geluidsoverlast heeft de Luchtmacht een gratis klachtennummer: 0800-0226033 (24 uur/dag). Eventuele schadeclaims kunnen worden gemeld via het nummer 070-3188820 (Afdeling claims van het Ministerie van Defensie). Kijk voor meer gedetailleerde informatie op www.defensie.nl.

De algemene regelgeving luidt dat militaire vliegtuigen boven ons land niet lager dan 300 meter mogen vliegen. Voor helikopters varieert de minimum vlieghoogte van 45 tot 210 meter, afhankelijk van de plaats waar gevlogen wordt.

In de jaren '50 zijn in Nederland, op grond van de Luchtvaartwet, zogenaamde laagvlieggebieden en laagvliegroutes aangewezen. In het zuiden van Nederland ligt een laagvliegroute voor helikopters en propellerlesvliegtuigen; deze route loopt over de provincies Zeeland, Noord-Brabant, Zuid-Holland (waaronder de Hoeksche Waard) en Gelderland. Daarnaast ligt er in het zuidelijke deel van Zuid-Holland (waaronder in ieder geval Voorne-Putten en de Hoeksche waard) een laagvlieggebied voor militaire helikopters. Helikopters mogen in die gebieden en op die routes gewoonlijk tot 23.00 uur bij duisternis vliegen op een minimumhoogte van 30 meter of lager als de aard van de oefening dat noodzakelijk maakt. Dit houdt in dat laagvliegen met helikopters uiterst laag kan worden uitgevoerd. Landingen zijn echter niet toegestaan. De helikopters mogen daarbij boven aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke niet beneden de 210 meter komen.

Trainingsvluchten

De Luchtmacht spreekt trouwens liever van 'trainingsvluchten' dan van 'oefeningen'. Onder oefening wordt namelijk verstaan een grootschalige operationele actie waarbij meerdere onderdelen van Defensie zijn betrokken (bijvoorbeeld Landmacht). Bij dergelijke oefeningen wordt ook veelal vooraf de media op de hoogte gebracht, hetgeen bij reguliere trainingsvluchten niet gebeurt.

Gedurende het gehele jaar mogen in de betreffende gebieden met helikopters trainingsvluchten worden gehouden. Dergelijke trainingsvluchten kunnen 5 keer per week plaatsvinden. Voor wat betreft het vliegen bij duisternis geldt echter dat het vliegseizoen loopt van september tot eind maart/begin april. Trainingsvluchten bij duisternis mogen 4 maal per week worden gehouden.

De trainingsvluchten vinden echter niet allemaal in hetzelfde gebied plaats. De indruk dat er meer vluchten plaatsvinden de laatste tijd is, zo blijkt, onjuist; het kan wel zijn dat er tegenwoordig relatief meer trainingsvluchten plaatsvinden in de buurt van Strijen.

Vergunningen

Zoals hierboven al aangegeven zijn de laagvlieggebieden en de laagvliegroutes in de jaren '50 door de rijksoverheid vastgesteld. Voor het houden van trainingsvluchten in deze gebieden is geen gemeentelijke vergunning vereist. In de laagvlieggebieden is militair vliegen aan beperkende regels gebonden. Er mag bijvoorbeeld niet boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, zoals woonkernen worden laaggevlogen, in die zin dat de helikopter er wel langs en overheen mag vliegen als dat nodig is, maar er niet gedurende langere tijd er boven mag oefenen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de term 'aaneengesloten bebouwing' niet samenvalt met de grenzen van de bebouwde kom.

Klachten

Met klachten over geluidsoverlast kan men terecht bij het gratis klachtennummer van de Luchtmacht (0800-0226033) en schadeclaims kunnen worden gemeld via het nummer 070-3188820 (Afdeling claims van het Ministerie van Defensie). Ook kan eventueel een digitaal klachtenformulier worden ingevuld.

Natuurgebied

De Luchtvaartwet en de regeling 'VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen' houden geen rekening met de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden onder een laagvlieggebied. Het Ministerie van Defensie erkent dat, zeker in 'verstoringsgevoelige' natuurgebieden, hier problemen kunnen ontstaan. Dit geldt des te meer nu de laatste jaren het aantal natuurgebieden met een streng beschermingsregime is toegenomen. Op 22 november 2001 is deel 1 van het (ontwerp PKB) Tweede Structuurschema Militaire Terreinen verschenen. Het rapport geeft de voornemens aan van het kabinet ten aanzien van het ruimtegebruik van het Ministerie van Defensie voor de komende 10 jaar. Tot 1 maart 2002 kon gereageerd worden op dit ontwerp-rapport. Bij brief van 20 februari 2002 heeft het college van Strijen een reactie gegeven. In deze brief vragen zij aandacht voor het feit dat de Hoeksche Waard in deel 3 van de Vijfde Nota op de Ruimtelijke Ordening is aangewezen als 'nationaal landschap', en dat Polder Het Oudeland van Strijen in het streekplan Zuid-Holland Zuid is aangewezen als milieubeschermingsgebied voor stilte en (gedeeltelijk) natuurgebied en dat de polder ook is aangewezen als vogelrichtlijngebied. Bij brief van 30 juli 2002 heeft het Ministerie van Defensie laten weten dat de reactie zal worden meegenomen in deel 2 van het structuurschema.

Het blijkt dat de gemeente niet of nauwelijks invloed kan uitoefenen op de aanwijzing van dergelijke gebieden en de regels die gelden voor trainingsvluchten in die gebieden. Wel is het zo, dat door het (in algemene zin) informeren van de bevolking over de mogelijkheid van dergelijke trainingsvluchten, bereikt kan worden dat men er minder door is verrast. Het college heeft dan ook besloten om in de toekomst actiever op te treden als het gaat om voorlichting over dit onderwerp.